
Op de fotolijmkamer is onderbelichting een probleem dat stilletjes je dag kan verpesten. Zwakke stencils, pinholes en de onvermijdelijke herwerkzaamheden nemen tijd in beslag die anders gebruikt had kunnen worden voor het drukken. In werkelijkheid bepaalt de spectrale uitstoot van je UV-lamp of de fotopolymeermiddelen op de juiste manier met elkaar verbonden raken – of dat ze halverwege het proces al niet meer werken.
Wat er echt toe doet
We bouwen onze gallium-UV-lampen zodat ze een piek bij 365 nm hebben. Dit spectrum is geschikt om de fotopolymeermiddelen te activeren. De lengte van de boog en de doping worden zo ingesteld dat er een stabiele straling wordt gegenereerd, zodat er geen ‘hot spots’ ontstaan. De pieksterking van de straling moet minimaal 1.200 mW/cm² zijn op het oppervlak van het stencil. Dat betekent dat de energiedichtheid boven de 300 mJ/cm² ligt tijdens het fotolijmen.
Deze uitstoot wordt gecombineerd met dichroïsche reflectoren die de straling vormgeven en overtollig infraroodlicht filteren. Hierdoor blijft de hitte weg van het vacuümframe en de film. De lamp werkt zonder ozon, en de kwartsomhulling is zo ontworpen dat deze bestand is tegen herhaalde thermische schokken.
Waarom deze opstelling geschikt is voor fotolijmen
Bij dit proces is het belangrijk om een consistentie in de diepte van het verhardingsproces te hebben en om scherpe randen te krijgen. De piek bij 365 nm zorgt ervoor dat de fotoinitiators in de meeste emulsies en kapillaire films op efficiënte manier worden geactiveerd. Hierdoor kan de belichtingstijd worden verkort, terwijl de duurzaamheid van het stencil verbetert.
Er zijn minder toleranties nodig voor de breedte van de lijnen, de randen zijn scherper en er zijn minder pinholes – vooral bij werkzaamheden waarbij fijne mesh gebruikt wordt. De stabiele uitstootkurve zorgt er ook voor dat er minder aanpassingen nodig zijn tussen lampen. Bovendien helpt de lagere IR-belasting om vervormingen van de film en oververhitting van het vacuümframe te voorkomen. Na de eerste 2.000 uur blijft de spectrale overeenstemming tussen lampen binnen ±5%. De levensduur van de lampen ligt meestal tussen 3.000 en 5.000 uur, afhankelijk van de vermogensdichtheid.
Details die je niet kunt negeren
Zorg ervoor dat de lamp goed past bij de geometrie van de reflectoren en bij de stroomvoorziening. Gallium-lampen hebben precieze spanningen nodig om te functioneren. Als de stroomvoorziening niet goed past, verkort zich de levensduur van de lamp en verschuift het spectrum.
Ook de montage is belangrijk. Een foutieve positie van de lamp zorgt voor ongelijke stralingsverdeling, waardoor er banden op het stencil kunnen ontstaan. Controleer ook de sensoren van de lamp en de timing van de sluiter. Vergeet niet dat de uitstoot sneller afneemt wanneer de lamp te heet is of onvoldoende gekoeld wordt. Zorg dus dat de luchtcirculatie en de koeling van de reflectoren op de juiste manier werken.